Midden juli gaat Clémence met haar geliefde en haar drie kinderen naar een hut in het bos in Gore, een dorpje in de Basses-Laurentides. Ze weet dat ze haar zwangerschap, die iets meer dan twee maanden geleden begon, binnenkort zal verliezen. Een paar dagen eerder werd bevestigd dat het hartje niet meer klopt.
In de nacht van 10 op 11 juli, terwijl haar gezin boven slaapt, bevalt ze in haar eentje van een waterbel. Het enige wat ze bij zich heeft is een televisie zonder geluid, een kaars en een versleten exemplaar van Les Filles de Caleb dat ze toevallig heeft gevonden.
Het lezen wordt onderbroken door weeën. Les filles de Caleb valt uiteen in een wirwar van woorden. Uit deze brokstukken ontstaan de gedichten. Dit is het distillaat van een extreme ervaring, van een nacht waarin grenzen worden doorbroken. Filles de Gore is een boek met gebroken gedichten. Dan is er de volgende ochtend, met “drie levende kinderen die rechtop staan”.
>>>
“Een langzame en zeer intieme toegang tot de ingewanden van een rouwende moeder.”
– Cochaux Show