Het toneelstuk Jag en Johnny start de avond in de kenmerkende stijl van het minimalistische theater van Laurène Marx, gecombineerd met de indrukwekkende expressie van actrice Jessica Guilloud. In de vorm van een trieste stand-up staat Jag alleen voor een microfoon die haar van het publiek scheidt; ze vertelt over haar terugkeer naar haar oorspronkelijke milieu, dat van de blanke arbeidersklasse in de Isère. Zonder te vervallen in ‘misery porn’ haalt Jessica herinneringen op aan die plekken uit haar kindertijd – tienerkamers, de woonkamers van haar grootouders, feestzalen – waar ze zich op haar gemak voelt, terwijl ze weet dat ze daar niet meer thuishoort. Ze schakelt heen en weer tussen het traumatische verhaal van haar hond Johnny en haar eigen levensloop, en onderzoekt het schuldgevoel dat voortkomt uit de afwijzing van haar cultuur van herkomst. Door de kracht van het verhaal en de precisie van haar vertelstijl onderscheidt Laurène Marx zich van de sociologische visie op de klassenoverloper en het bijbehorende academische jargon. Ze benadrukt dat men niet onvermijdelijk van de ene sociale klasse naar de andere springt alsof het een springplank is, maar dat men soms vast kan komen te zitten, tussen beide in.
De avond wordt voortgezet met de documentaire van Jessica Guilloud, *Ceux qui me restent*, die een aanvulling vormt op het verhaal en de perspectieven die in Jag en Johnny aan bod komen.
Ceux qui me restent is het verhaal van de terugkeer van de vertelster naar haar geboortedorp, waar ze tijd doorbrengt met haar ooms, Boy en Gérard. Ze zegt: “Ik wil dat ze me over zichzelf vertellen, over hun leven, hun jeugd en over mijn vader, die veel te jong is gestorven. Er dwalen altijd nog geesten rond ergens in mijn familie. Ik ga op zoek om iets van de complexiteit van het verleden, het heden en ons eindeloze rouwproces te begrijpen.”